Onderzoeksplicht onderwijsinstellingen Wgbh/cz

Op 29 juli 2026 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) uitspraak gedaan inzake een verzoek van een student om verschillende voorzieningen.

 Aanleiding

De student volgt een masteropleiding Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Leiden. De student heeft een functiebeperking. De student  verzocht aan de onderwijsinstelling om verschillende voorzieningen of aanpassingen om daarmee met die functiebeperking rekening te houden. Volgens de uitspraak verzocht de student om:

  • het verstrekken van de slides voorafgaand aan iedere onderwijsbijeenkomst;
  • het maken en verstrekken van docentenvoorbereiding/aantekeningen/casusuitwerkingen voorafgaand aan elke onderwijsbijeenkomst; en
  • extra tijd bij presentaties en andere mondelinge toetsmomenten.

De onderwijsinstelling kent vervolgens aan de student een deel van de gevraagde aanpassingen toe, namelijk het verstrekken van de slides voorafgaand aan het onderwijsmoment en de student krijgt extra tijd bij presentaties en andere mondelinge toetsmomenten. De overige verzochte aanpassingen worden echter afgewezen, omdat het vooraf verstrekken van alle lesstof afbreuk zou doen aan het leerdoel van het onderwijs. Volgens de onderwijsinstelling worden studenten tijdens de bijeenkomsten geleerd om juridisch te redeneren vanuit de tijdens de werkgroep verstrekte informatie.

De student betoogde dat de onderwijsinstelling niet alleen de door hem gewenste aanvraag had moeten beoordelen, maar ook had moeten bekijken of er een andere invulling mogelijk zou zijn. De Afdeling oordeelt echter dat het de taak van de student is om aan de studieadviseur om concrete voorzieningen te vragen en niet de taak van de onderwijsinstelling om een invulling te geven aan het verzoek van de student. De Afdeling overweegt verder, in lijn met de argumenten van de onderwijsinstelling, dat het structureel aan docenten de opdracht geven om de stof met de student te bespreken, niet van de onderwijsinstelling kan worden gevraagd. De Afdeling merkt daarbij op dat docenten doorgaans wel bereid zijn om individuele vragen van studenten over de lesstof te beantwoorden en dat de student in dat kader met concrete vragen zelf contact kan opnemen met docenten.

Visie Jurion

Onderwijsinstellingen dienen desgevraagd een doeltreffende aanpassing te realiseren voor studenten die aantoonbaar een beperking hebben in de zin van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte, zodat deze studenten met deze aanpassing op gelijke voet met de gezonde medestudent een opleiding kunnen volgen. ‘Doeltreffende aanpassing’ is daarbij de term uit de wet. Het is daarbij aan de student om de onderwijsinstelling tijdig op de hoogte te stellen dat er behoefte is aan een doeltreffende aanpassing en welke aanpassing de student dan concreet voor ogen heeft (het kenbaarheidsvereiste).

De Afdeling oordeelt op zichzelf genomen dus juist dat het de taak van de student is om aan de onderwijsinstelling kenbaar te maken dat zij wegens een functiebeperking een doeltreffende aanpassing nodig heeft en welke concrete aanpassing de student voor ogen heeft.

Voldoet de student aan het kenbaarheidsvereiste dan rust er echter op de onderwijsinstelling een onderzoeksplicht om te kijken welke doeltreffende aanpassingen mogelijk en passend zijn.

Om ervoor te zorgen dat een student met een functiebeperking op gelijke voet als de medestudenten kan studeren, dient de onderwijsinstelling daarom dus wel te onderzoeken welke aanpassingen zij kunnen realiseren, die passend zijn voor de student, de onderwijsdoelen waarborgen en ook uitvoerbaar zijn voor de onderwijsinstelling. De onderwijsinstelling zal dus niet alleen moeten kijken naar de (on)mogelijkheden binnen de onderwijsinstelling zelf, maar zal dus ook in gesprek moeten gaan met de student om samen te kijken naar de mogelijke doeltreffende aanpassingen (Kamerstukken II 2013/14, 33 990, nr. 3, p. 7). De student heeft immers recht op een doeltreffende aanpassing, niet per definitie recht op de door hem gewenste aanpassing.

Met de conclusie dat het niet de taak is van de onderwijsinstelling om een invulling te geven aan de doeltreffende aanpassing, verliest de Afdeling mijns inziens dus uit het oog dat onderwijsinstellingen op basis van de Wgbh/cz weldegelijk een onderzoeksplicht heeft om in gesprek te gaan met de student en te onderzoeken welke aanpassingen mogelijk zijn.

Los hiervan, is het mijns inziens wel begrijpelijk dat de gevraagde aanpassing, waarmee docenten verplicht worden om na elke onderwijsbijeenkomst een afspraak met de student in te plannen om de lesstof te bespreken, een onevenredige belasting kan vormen voor de onderwijsinstelling. Wellicht was het wel mogelijk geweest om als doeltreffende aanpassing voor te stellen om de docent van elk vak één afspraak te laten inplannen met de docent, voorafgaand aan het tentamen. De onderwijsinstelling had mijns inziens deze en andere alternatieve aanpassingen verder moeten en kunnen onderzoeken.

De uitspraak van de Afdeling kunt u lezen via de volgende link, klik hier.

Ben jij student en heb jij een geschil met de onderwijsinstelling over het realiseren van doeltreffende aanpassingen wegens een functiebeperking of een ander onderwerp? Vul dan ons intakeformulier in via de volgende link, klik hier.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *